Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen

donderdag 5 april 2012

House of Suns door Alastair Reynolds

Alastair Reynolds is één van die schrijvers die enorme verre toekomstlandschappen op galactische schaal in één boek kan verwerken. Hij is het meest bekend om zijn sombere, bijna gothic (in de achttiende-eeuwse variant) romans die draaien rond de Inhibitors, robots gebouwd om beschavingen te vernietigen. Maar hij bedenkt regelmatig een heel ander heelal, die mij altijd doet afvragen wat hij ons mogelijk nog te bieden heeft. En hij weet vooral de enorme eenzaamheid die reizen tussen de sterren met zich meebrengt over te brengen.

Want dat is het belangrijkste element wat mij trekt in Reynolds romans. Het heelal is groot en reizen erdoorheen gaat met de niet onaanzienlijke snelheid van het licht (zeven keer de aarde rond in een seconde) nog steeds met een slakkengang. En je zult het de hele tocht moeten doen met de bemanning. En daarna ook, want iedereen thuis is inmiddels dood of 6000 jaar oud.

In House of Suns is er door een kleine groep rijke mensen een oplossing voor dit probleem bedacht. Ze lieten zich klonen en zonden de duizenden verbeterde kopieën met back-up lichamen in het heelal. Dit werden de Lines, groepen onsterfelijke klonen van dezelfde personen die door het heelal reisden om menselijke beschavingen, die overal opduiken en weer uitdoven te helpen.

De hoofdpersonen, Campion en Purslane zijn leden van de Gentian Line en tegen de regels van hun line in minnaars. Zo reizen ze tienduizenden jaren samen door de melkweg. Als ze te laat aankomen op de afgesproken bijeenkomst van hun line, blijkt de meerderheid daarvan op brute wijze vermoord. Samen met de weinige overlevenden vluchten ze naar een afgelegen planeet.

De overlevende Gentians proberen alle aanwijzingen te verzamelen over hun mogelijke moordenaars, maar al gauw blijkt hun verdeeldheid door de lust op wraak alleen maar te groeien.

Waar Reynolds in Pushing Ice de fout maakte om een verhaal te laten leunen op zijn zwakste schakel, zijn karakters, laat hij nu het plot en de ideeën weer het verhaal dragen. Hierdoor wordt House of Suns weer een verre toekomst-thriller, zijn specialiteit.

En wat voor een ideeën. Een mensheid die zich in miljoenen jaren door het heelal verspreid en daarbij altijd uiteindelijk mislukt als beschaving, om vervolgens weer als een Phoenix uit de as te verrijzen, in nieuwe mensensoorten. Daartussen post-mensen die als goden leven. Maar de leukste vond ik een nieuw idee dat causaliteit probeert te verzoenen met reizen die sneller dan het licht gaan. Je weet dat moeder natuur de tijd vertraagd voor snelle voorwerpen om te voorkomen dat licht niet constant is? Reynolds heeft nog zo'n truukje bedacht...

woensdag 19 oktober 2011

De schaduw van de wind door Carlos Ruiz Záfon

Ik heb jarenlang weinig literatuur gelezen. Na een beetje uitgekeken te zijn op de navelstaarderige literaire scene in Nederland, kan dit mij niet kwalijk genomen worden. Elk Nederlands boek kan je in essentie gemakkelijk zelf meegemaakt hebben, op het gemak waarmee vrouwen zich vol begeerte op de hoofdpersonen storten na. Weinig enerverende kost dus, hoewel ik niet wil uitsluiten dat er uitzonderingen op deze regel zijn.

Maar alleen maar SF, fantasy en horror is ook weer eenzijdig en daarbovenop wil ook ik serieus genomen worden als lezer. Iedereen om de oren slaan met de mededeling dat er best intelligente romans in deze genres te vinden zijn, is aanzienlijk minder geloofwaardig als je al vele jaren nauwelijks wat anders gelezen hebt. Nu kan ik met veel meer gezag zeggen dat mijn smaak goed is.

Dit betekend echter wel dat ik de geschikte boeken erbij moet vinden. Ik zit echt niet te wachten op weer een boek over een man van middelbare leeftijd die na zijn scheiding een oogje heeft op zijn buurmeisje. Hoe het komt dat Nederlandse auteurs niet als vieze mannetjes weggezet worden snap ik niet. Misschien komt het doordat literaire prijzen voornamelijk naar mensen gaan die ellenlange introspectieve boeken schrijven over mannen van middelbare leeftijd. De jury wil misschien ook wel geilen op het buurmeisje.

Buitenlandse auteurs leveren gelukkig veel interessantere verhalen op. Komt misschien doordat je in andere landen  geacht wordt een boek te schrijven dat andere mensen willen lezen.

In het geval van De schaduw van de wind, door de Spaanse auteur Carlos Riuz Záfon, levert dat een boek op dat me letterlijk mee zoog in zijn wereld. Het is een tijd geleden dat ik een boek gelezen heb waarbij ik de distantie verloor die ik meestal toch wel heb bij het lezen. Die distantie is meestal niet erg, het helpt me om over de tekst na te denken. Maar het is een apart soort verhalen die mij een adrenaline-rush bezorgen, een ervaring die ik extra apprecieer.

Het gaat over de jeugd van Daniel Sempere, de zoon van een boekhandelaar uit Barcelona, en zijn obsessie met een onbekende schrijver. Als tienjarige jongen wordt hij door zijn vader meegenomen naar een enorme geheime bibliotheek. Daar worden alle boeken bewaard die ooit verloren zijn gegaan. Op het verzoek van zijn vader kiest hij één boek uit. Dat wordt De schaduw van de wind van Julian Carax. Nadat hij het uit heeft weet hij dat hij meer wil lezen van deze schrijver. Maar al spoedig blijken andere werken onvindbaar en schijnt er iemand op jacht te zijn om de laatste exemplaren van Caraxs boeken te verbranden.

Daniel laat zich hierdoor echter niet weerhouden om in de jaren dat hij opgroeit te zoeken naar het verhaal achter Carax. Maar naarmate hij meer weer, des te gevaarlijker lijkt zijn speurtocht te worden. Daniel wordt echter gedreven door zijn obsessie om te weten, ook lijkt het hem zijn leven te gaan kosten...

De schaduw van de wind is dus een roman met een thrillerachtig plot, maar het is zeker meer dan dat. Ik heb een groot deel van de zijlijnen nog weg gelaten. Het boek heeft af en toe iets van een raamvertelling, doordat er regelmatig vanuit het standpunt van een ander een verhaal wordt verteld zonder dat Daniel alles kan weten en dat toch via Daniel verteld wordt.

Grappig ook omdat Daniel ondanks zijn beschouwingen op zichzelf soms niet alles over zichzelf ziet, wat de lezer wel kan zien. Ook werkt het dat de hij koppig doorgaat in zijn speurtocht, niet uit moed, maar uit stompzinnige obsessie. De andere personages blijven echter hun eigen ondoorgrondelijkheid houden, maar dit lijkt erop dat Daniel ze niet helemaal begrijpt. Barcelona is een personage op zichzelf, al is het jammer dat ik de stad en de genoemde plaatsen niet kende. Er ging daardoor een dimensie verloren.

Het mysterie blijkt, mede dankzij de soms lugubere zijsprongen, zeer de moeite van het wachten waard. Ook is er, als de aanloop naar de climax genomen wordt, een geweldige opmerking die je zeker wakker zal schudden als je nog niet geboeid was.

De schaduw van de wind is één van die ouderwets spannende boeken, die voor echt iedereen zijn.




zondag 18 september 2011

To say nothing of the dog van Connie Willis


Ik merk goed dat een blog iets is waar je tijd voor moet vrijmaken. Mijn productie is de laatste maanden abominabel. Ik ga kijken of ik dit kan verhelpen, want hoewel ik geen dagelijkse woordendiarree uit wil braken is dit wel wat erg weinig.

Connie Willis heeft vele Hugos en Nebulas gewonnen, maar mijn eerste aanvaring (pun unintended, later noticed) met haar boek Passage was wat ongelukkig. Na 150 pagina's meligheid zonder ook maar enige voortgang in het verhaal was ik het grondig zat en legde het op de stapel miskopen. Er was dan ook een verjaardagskado voor nodig om mij weer over de streep te trekken en weer wat van haar te lezen. Mijn mening over Passage blijft staan, maar ik ben inmiddels overtuigd van de kwaliteiten van Willis.

To say nothing of the dog is een tijdreis-komedie. Een romantische tijdreiskomedie zelfs,..

(Hee, blijf hier!! Het is niet zo erg als het klinkt.)

...waarmee het één van de weinige romantische boeken is die ik zal lezen in mijn leven.

Niet dat ik niet romantisch ben, maar de meeste boeken die draaien om het vinden van de ware liefde zijn geschreven door mensen die alleen het talent hebben om grammaticaal correct zinnen achter elkaar te rammen op een toetsenbord. (Waarmee ze betere fictieschrijvers zijn dan ik, maar ik noem mezelf ook geen schrijver) Plot en karakters zijn helaas niet aan hun besteed. Connie Willis is een echte schrijver en begrijpt dat ook een boek over het vinden van de ware moet voldoen aan de regels van een fatsoenlijk boek. Dus een solide verhaal, goede karakters en geen ellenlange beschrijvingen van omhelzingen, begeleidt met proza dat paars is van de bijvoegelijke naamwoorden. Vrijwel geen romantische crap draagt bij aan de romantische strekking, ik leer telkens wat bij over schrijverschap.

Onironische Jasmijnreeks-lezeressen (ik verwacht geen Jasmijnlezers met een piemel) kunnen dus wegblijven.

Iedereen die wel van een goed boek houdt moet dus nog even blijven:

In de 21ste eeuw is het tijdreizen ontwikkeld en op stoffige, ondergebudgetteerde wetenschappelijke instituten (volgens goed neoliberaal gebruik) worden door historici exploraties gemaakt in het verleden. De gevreesde paradoxen blijven uit doordat het verleden zichzelf zoveel als vrijwel altijd corrigeert.

De historicus Ned Henry is op zoek naar een oerlelijk object dat nodig is voor een krankzinnige restauratie van de in de tweede wereldoorlog verwoeste kathedraal van Coventry, in Oxford. Ik zei krankzinnig. Hij wordt echter van zijn werk afgehaald vanwege time-lag, een toestand van verwarring veroorzaakt door teveel tijdreizen. Maar omdat een andere historicus, de aantrekkelijke Verity Kindle, een kat uit de victoriaanse tijd heeft gehaald, moet hij meteen op pad om het terug te brengen. Helaas begrijpt hij zijn opdracht niet en verknalt deze. En nu is de verkeerde man de verkeerde vrouw het hof aan het maken. Alle tekenen wijzen erop dat het verleden daardoor een paradox te verwerken krijgt, die zijn zelf-corrigerende vermogen te boven gaat. Tenzij ze de juiste kerel weten te vinden en te verenigen met de juiste geliefde...

Een historicus als grote anti-held is voor mij een aangename verrassing. Wij redden namelijk zelden de wereld, kijk maar naar Rutte, Balkende en Verhagen. Gelukkig kunnen wij wel katten terugbrengen naar het verleden. Hadden bovenstaande heren dat maar gedaan...

To say nothing... is erg meta, verwijzingen naar victoriaanse en detectives uit de Agatha Christie-tijd vliegen je om de oren. Helaas is er waarschijnlijk heel wat langs mij heen gegaan, maar ik vermaakte mij wel met wat ik wel meekreeg. Historische fouten trof ik er niet in aan, zij het dat ik mij weinig zorgen kon maken om een geslaagde Duitse invasie van Engeland in 1940. (Voor belangstellenden: een uitgebreide beschrijving van alle hilarische redenen waarom Seelöwe voor de Duitser slecht afgelopen zou zijn. ) Maar het is weer een reden om een link te plaatsen waar erg hard om gelachen kan worden.

Ik kon wel vaak glimlachen om de geweldige grappen, die je soms net niet over het hoofd ziet. Geeft altijd een leuk superioriteitsgevoel. En de uitleg van paradox zelfhulp door het verleden is interessant voor de sf-nerds onder ons.

Connie Willis is dus wel degelijk een goede schrijfster die ik van harte kan aanraden, mits je Passage aan je voorbij laat gaan.

zondag 14 augustus 2011

Iets om naar uit te kijken.

Mijn vader had vroeger boeken van Mika Waltari in de kast, die hij echt goed vond. Mika wie? Nou die wereldberoemde Finse bestseller-auteur. Die al jaren niet meer is uitgebracht...

Er is een gruwelijk feit voor liefhebbers van boeken: 95% van alle schrijvers wordt nooit meer uitgegeven na hun dood. En reken er maar op dat van die 5 procent er hoogstens een paar meer dan een enkele druk van een klassieke roman krijgen. En ook van veel levende schrijvers wordt alleen het echt goed verkopende werk meerdere malen herdrukt.

Dat is natuurlijk logisch, omdat het nauwelijks meer commercieel rendabel is om een heruitgave van een dode schrijver te geven. Bij matige verkoop liggen er geen toekomstige kopers van volgend materiaal in het verschiet. En bij een levende schrijver kan men altijd overgaan op een nieuwe druk als het boek de winkels per ongeluk toch uitvliegt.

Natuurlijk raken vele schrijvers terecht in vergetelheid, maar helaas zijn andere schrijvers ook slachtoffer van de veranderende smaak van het publiek. Zo verdween met de instorting van de horror-markt in de jaren '90 elke prikkel om nieuwe horror-schrijvers te introduceren, laat staan klassiekers tussen de moeizaam verkopende nieuwe boeken te gooien.

In Nederland is Science-Fiction het slachtoffer van de populariteit van Fantasy geworden, al die geweldige nieuwe schrijvers die ik lees zijn slechts bekend bij diegenen die Engels lezen.

Tweedehands boeken bieden de kans om die verdwenen boeken toch te lezen, maar je moet er maar tegenaan lopen. En schaarse klassiekers zijn echt erg duur voor een tweedehands. Verder zijn complete series een kwelling om bij elkaar te krijgen. (Heeft er iemand trouwens het eerste deel van de Duncton-Saga te koop? Ik heb verder alle delen, maar ik kan er niet aan beginnen vanwege dit ontbrekende deel.) Bovendien vind ik het soms enigszins onsmakelijk wat vorige eigenaars er voor vage vlekken in achterlaten. Ik ben blij dat ik geen erotica lees, want ik wil geen geslachtelijke sappen in mijn boek aantreffen. Om nog maar te zwijgen van boeken die een paar weken moeten luchten omdat de vorige eigenaar rookte.

Gelukkig is er voor SF-liefhebber binnenkort de mogelijkheid om de schade in te halen. Gollancz gaat een enorme backlog aan klassiekers op E-book uitbrengen. The Science Fiction Gateway belooft een indrukwekkende lijst aan schrijvers, waarvan vele waar ik weliswaar van gehoord heb, maar maar zelden een gedrukt boek van gezien heb. Kan ik er eindelijk achter komen of de Dorsai romans zo goed zijn als ik gehoord heb. En wat Frank Herbert naast Dune schreef. En Gene Wolfe New Sun-reeks lezen nu ik er volwassen genoeg voor ben.

Meer nog, andere van dergelijke initiatieven kunnen hetzelfde doen voor vele andere schrijvers. Alle vergeten juweeltjes uit zowel literatuur als genre kunnen weer worden uitgebracht voor minimale investeringen. Alles dat nodig is, is een E-book file en genoeg winst om een site te kunnen laten draaien. Royalties komen bij verkoop wel binnen en bieden kleine extraatjes aan schrijvers, of erfgenamen, die er anders helemaal niets meer van hun pennenvruchten terugzien.

Kan ik misschien toch eens Mika Waltari lezen.

zondag 17 juli 2011

Bauchelin & Korbal Broach door Steven Erikson


Steven Erikson schrijft voor fantasy behoorlijk dikke boeken. Zijn Malazan Book of the Fallen is een tiendelige serie, waarvan vrijwel alle delen boven de 1000 pagina's komen. Als tot je doordringt dat hij ook erg compact en efficiënt schrijft dan weet je dat het erg veel van de lezer vergt om er doorheen te komen. Ondanks de enorme kwaliteit van zijn werk zal ik het dus niet zomaar aan iemand aanraden. Tenzij je van fantasy houdt en het niet erg vind om af en toe te moeten puzzelen wie die bijfiguur ook alweer is.

Gelukkig heeft Steven Erikson de gewoonte opgevat om ook nog een serie bescheiden novelles ernaast te schrijven, die over de necromancers Bauchelain en Korbal Broach gaan. (Blood Follows, The Lees of Laughter's End, The Healthy Dead) Deze waren alleen maar in een small-press uitgave te vinden, maar gelukkig zijn de eerste drie delen gebundeld in een reguliere uitgave.

Door de drie los van elkaar te lezen novelles zwerven de drie hoofdpersonen: Bauchelain, een wat doodse, lugubere figuur, die alle vooroordelen over zijn beroepsgroep bevestigd. Zijn vriend en tegenhanger Korbal Broach, die aanvankelijk juist een joviale indruk maakt op iedereen die hem tegenkomt. Dit stel houdt er een dubieuze moraal op na, die meestal slechts gered wordt door hun tegenstanders, die nog een tikkie slechter zijn. Aangezien ook necromancers hun koffers moeten inpakken, heeft Broach Emancipor Reese ingehuurd als dienaar. Deze Reese is een echte loser, ondanks zijn behoorlijke kwaliteiten. Zijn vrouw is een feeks en elke baas waarbij hij in dienst gaat stierf al gauw. Hij was dus wanhopig op zoek naar een baan en is al gauw wanhopig op zoek naar een uitweg uit zijn nieuwe baan, bij voorkeur levend. Maar de betaling is uitstekend, dus zijn kinderen, die vreemd genoeg erg lijken op zijn beste vrienden, kunnen zorgeloos opgroeien.

Net als zijn grote serie geven de novelles een beeld van het veelzijdige talent van Erikson, waarbij hij hier wel de nadruk legt op de vrolijke elementen. Waar The Malazan Book of the Fallen heel naar kan worden, maken deze verhalen je vooral vrolijk. Neemt niet weg dat The Lees of Laughter's End behoorlijk grimmig is. The Healthy Dead is een geweldige satire op onze gezondheidscultus.

Ik heb echter wel een kleine irritatie. Hoewel het eerste verhaal een goede introductie is en het tweede deel een direct vervolg hierop, is het derde deel een sprong in de toekomst. Kan ik mee leven, ware het niet dat deel twee eindigt met een nieuwe benarde situatie voor onze hoofdrolspelers en deze dus geen resolutie kent.

Nou dus hopen dat Erikson dit gat voor mij wil oplossen.

donderdag 5 mei 2011

In silent graves door Gary A. Braunbeck


Als liefhebber van horror ondervind ik maar al te vaak dat de enige aanwezige horror het schrijftalent van de auteur is. Gelukkig viel het deze keer heel erg mee. Als er één klacht over In Silent Graves is in te dienen, dan is het dat het geen horror is, maar meer een fantasy-roman die een sterke maag vergt.

Ik moet zeggen dat ik mijn bedenkingen had, toen ik merkte dat één van de blurbs op de cover van de vrouw van Gary A. Braunbeck was. Ja, die heeft ook een review-site. Verder was er nogal een pompeus voorwoord aan het begin van het boek gezet, dat ik natuurlijk moest negeren omdat ik misschien teleurgesteld kon raken.

Het boek gaat over de nieuwslezer Robert Londrigan, die op een nacht zijn vrouw ziet overlijden aan een miskraam. Om het nog erger te maken wordt het lichaam van zijn doodgeboren dochter ook nog geroofd uit het mortuarium door een geheimzinnige verminkte man. Deze schokkende ervaringen zouden genoeg moeten zijn om iemand gek te maken en Robert vertoont inderdaad steeds ernstigere tekenen van gekte in de dagen erop.

Hij ziet oude liefdes onder vreemde omstandigheden en krijgt regelmatig bezoek van de verminkte man. Maar echte horror wil het niet worden. Donker is het zeer zeker en bij vlagen best grafisch maar het gebrek aan een slechterik geeft het verhaal een tamheid die het beter had gemaakt als fantasy. Toch heeft het wel een paar momenten die zeer gruwelijk zijn, vooral als de ontknoping bereikt wordt en Londrigan een aantal nare keuzes moet maken. Ik vond het verontrustend dat ik begrip had voor die keuzes. Dit is een goede prestatie van de schrijver, meestal heb ik namelijk teveel principes om hierin mee te gaan. En misschien was het doel van Braunbeck om het boek te schrijven vanuit de monsters.

Hoewel niet de topper die mij beloofd werd door mevrouw Braunbeck en de inleiding, is In silent graves een puike roman, die zeker de moeite van het lezen waard is.

maandag 7 maart 2011

Six moon dance


Sheri S. Tepper is een science-fiction schrijfster die me altijd doet denken aan Ursula LeGuin. Natuurlijk heeft ze net als LeGuin haar wortels in het feminisme en de social studies-sf van de jaren zestig, zeventig zitten. Toch is een verschil: waar LeGuin een ingetogen, literaire benadering heeft, gaat Tepper meer voor een avonturen-format. En ook soms iets te prekerig wordt. Neemt niet weg dat haar Grass een klassieker is.

Gelukkig valt het in Six Moon Dance heel erg mee. Het is een aangename comedy of manners met een goed uitgewerkt plot.

Op de planeet Newholme is door een mysterieuze omstandigheid het aantal mannen veel groter dan vrouwen. Het resultaat is dat een dochter een waardevol bezit is door de bruidsschat die zij opbrengt. Dit leidt tot een matriachale samenleving. Mouche is een jongen die verkocht wordt aan een huis dat mannelijke courtisanen (ja, ik heb er ook geen mannelijk woord voor) opleidt en hij is de hoofdrolspeler en jammer genoeg een Mary Sue.

Verder wordt veel werk verricht door de Timmies, een inheems ras. Dat laatste is een probleem omdat aanwezigheid van intelligent leven, volgens intergalactische normen, betekend dat de planeet verlaten moet worden. Iets dat misschien toch wel noodzakelijk is nu er steeds meer aardbevingen en vulkaanuitbarstingen zijn. En de Questioner, een menselijke robot die planeten in overtreding zwaar bestraft, is net onderweg. Met een paar dansers.

Tepper is in vorm in dit boek. Veel verhaallijnen, een dreigende ondergang en een mysterie dat opgelost moet worden om een ramp te voorkomen. Dit gedeelte is onderhoudend genoeg om het boek te dragen.

Jammer genoeg is de hoofdrolspeler er eentje die door iedereen net iets te geweldig wordt gevonden en drukt hij op het laatst de andere karakters weg. Losse eindjes en de vraag waarom die karakters er nou in zaten, zijn het gevolg. Toch bieden hun verwikkelingen genoeg vermaak om dit smetje te vergeven

Ik raad het aan als amusant leesvoer, maar het is geen meesterwerk. Ik hoop ooit een werk van Tepper te vinden dat aan Grass kan tippen.

dinsdag 8 februari 2011

The Foreigners door James Lovegrove


Je hebt van die boeken die op zich behoorlijk goed zijn als je ze uit hebt, maar die het je niet altijd even gemakkelijk maken om bij dat einde te komen. The Foreigners van de Brit James Lovegrove is een dergelijk boek. Jammer genoeg helpt de uitgever nog een stukje mee. De achterflap klopt weer eens een keertje niet en de bladzijden staan vol iets te kleine lettertjes. Er is echter ook heel wat goeds te melden, dus deze negatieve opening moet niet overheersen.

In het begin van de eenentwintigste eeuw leek de wereld op zijn einde te lopen. Honger, ecologische rampen en oorlogen om de laatste hulpbronnen van de planeet dreigden de mensheid de das om te doen. Tot er op een dag vreemde wezens in gouden gewaden met goudkleurige maskers door de straten van wereldsteden begonnen te lopen op zoek naar mensen die voor hen wilden zingen. Op onnaspeurbare reden leek het of de wereld weer hoop had en begon er een nieuw tijdperk van wederopbouw.

Hier zit een eerste probleem van het boek, die gouden figuren, Foreigners, zijn zwijgende figuren gehuld in mysterie. Dit enige fantastische element in het boek speelt bijna geen rol en is zo vaag en ondoordringbaar dat het paradoxaal genoeg meer frustreert dan tot de verbeelding spreekt. Sterker nog, ik denk dat het boek ook zou werken zonder dit element. Het is namelijk gewoon een thriller.

De hoofdrol wordt gespeeld door Jack Parry, een agent die barst van de schuldcomplexen en nog loopt te sippen over een verbroken relatie met een getrouwde vrouw. Daarbovenop heeft hij een grote verering voor de nieuwe vreemdelingen, die hij beschouwd als verlossers van de wereld. Hij werkt voor de politiemacht van New Venice, een toeristenoord dat zich richt op Foreigners en krijgt eerste moord sinds tijden op zijn bord. Er wordt het lijk van een Siren, een zanger gespecialiseerd in werk voor Foreigners en de kleren van een Foreigner. Dit maakt de zaak zeer delicaat omdat de politiek vreest dat de mysterieuze klanten zullen wegblijven als er geen oplossing komt in deze zaak.

Het moord-plot is het sterkste deel van het verhaal. Het is een echte procedurele thriller, met veel conflicten tussen Jack en zijn collega's, maar waarin al spoedig blijkt dat deze collega's zich terecht zorgen maken. De zaak groeit Jack namelijk echt boven het hoofd en zijn toch al gedeprimeerde inslag gaat een paar stapjes verder. Hoewel het complot uiteindelijk een beetje te zwaar leunt op de geniale schurk (ik weet dat ze een verhaal spannend maken, maar boeven die geen enkele echte misstap maken zijn niet realistisch en soms ook wat goedkoop), had ik de twist aan het einde niet zien aankomen.

Dat betekend echter niet dat ik blij was met de route om er te komen. Begrijp me niet verkeerd, Lovegrove kan goed schrijven en zijn karakters zijn goed. De sombere sfeer is een kwestie van smaak, maar ik kon die prima hebben. Nee, mijn probleem lag bij de te lange beschrijvingen van de omgeving en scènes die hun welkom overschreden. Ik raakte ook geïrriteerd door zijsporen over Foreigners, die alleen bevestigden dat er niets over hen bekend was. Gelukkig bleken een paar passages achteraf toch nog belangrijk maar dan had ik me er honderd pagina's eerder wel over geërgerd. Jammer, want voor de lezer die een degelijk karakter gedreven verhaal zoekt, is The Foreigners een trage tocht die toch wel beloont.

woensdag 26 januari 2011

Boekrecensie: The Eternal Champion door Michael Moorcock


Je hebt schrijvers, of hun uitgevers, die je een imposante roman beloven, met enorme diepgang, een ingewikkeld verhaal en uiteindelijk een nieuwe kijk op de conditione humaine. En dan krijg je een platgeslagen pulproman. Bijvoorbeeld Mario Puzo's The Godfather. Mocht op mijn lijst. Kijk alsjeblieft de film, het boek bied namelijk minder zicht op de karakters en het scherm bespaard je tenminste een genant hoofdstuk, ja een heel hoofdstuk, over de te wijde vagina van een bijfiguur.

Michael Moorcock is een omgekeerde schrijver. Hij lijkt simpele avonturen te beloven met een held die door het boek heen gevolgd wordt. Conan de barbaar of zoiets. Maar dan krijg je existentiële discussies met andere karakters, die belangrijker zijn dan het avontuur zelf. En steekt de held ingewikkelder in elkaar dan je denkt. En is het geweldig geschreven. Moorcock is de belangrijke man achter de New Wave die in de jaren 60 science-fiction los weekte van de beta-nerd tirannie van mensen als Asimov en Clarke. Wetenschappelijk verantwoord leidde niet altijd tot leuke verhalen en de sociologische SF van de New Wave was een noodzakelijke vernieuwing.

Het oeuvre van Moorcock beslaat een enorme losjes aan elkaar gelinkte cyclus: The Eternal Champion. Deze eeuwige kampioen is een archetypisch figuur die in vele identiteiten door het multiversum zwerft, los van tijd en ruimte. De vele aardes beslaan alle mogelijke werelden, die elk betwist worden door de machten van Orde en Chaos. De kampioen dient dit precaire evenwicht in zijn incarnaties te handhaven.

Jaren geleden zijn alle toenmalige Champion-romans in een 14-delige serie bundels uitgegeven, en toen las ik de eerste bundel, over de telgen van de Von Bek en hun deals met de duivel. De tweede omnibus, The Eternal Champion, gaat over een Kampioen die zich bewust wordt van zijn lot. Hij weet dat hij gedoemd is om te zwerven en om de zoveel tijd van identiteit te veranderen. En daar is hij zeer depressief over. Onderwijl vertoeft hij wel in fascinerende werelden, wat voor de lezer ook wel weer fijn is.

De drie romans lopen ver uit elkaar wat verschijningsdatum betreft, maar gelukkig weet Moorcock de wat ouderwetse stijl vast te houden. De laatste roman is overigens veruit de beste van de drie, een echte rollercoaster. De andere twee zijn goed geschreven, maar hun simpele intriges lijden onder een zekere voorspelbaarheid. Maar Moorcock is het bewijs dat een eenvoudig verhaal door een briljant schrijver nog altijd beter is dan een gecompliceerd verhaal door een matig getalenteerd artiest.

Natuurlijk, nadeel is dat je deze trilogie misschien beter kunt overslaan als je in een intellectuele bui bent. De Von Bek-romans glimmen een tikkie meer. Verder is het hoofdkarakter emo, wat misschien wat irritatie kan wekken.

Maar als je toe bent aan een pulp-roman die leest als een echt goed boek (en eigenlijk wil elke lezer dat wel), dan is Moorcock je man.

zondag 9 januari 2011

Boekrecensie: The magicians door Lev Grossman


In de loop van The magicians wordt de hoofdpersoon Quentin er door zijn vriendin op gewezen, dat hij, als enige op de hele magische school, echt gelooft in magie. Dit is een belangrijke lijn die door het hele boek loopt en in wezen een afrekening is met alle fantasy die louter escapisme is. Met dit geloof wordt natuurlijk niet de toverkunsten zelf bedoeld, die door alle personages tastbaar beoefend worden, maar het geloof van Quentin in het vermogen van magie om hemzelf gelukkig te maken. Hij ziet magie op dezelfde manier als ongelukkige mensen een nieuwe liefde zien: als de oplossing voor al hun problemen en de poort naar eeuwig geluk. En net als al die nieuwe liefdes blijkt magie schromelijk tekort te schieten in het vullen van dit gat.

Ik gaf in de openingparagraaf expres al het hoofdthema weg, omdat dit de kern van het boek vormt. Helaas geeft de achterflap het idee dat er sprake is van een volwassener Harry Potter-kloon, maar dit doet het boek pijnlijk tekort. Ja, het gaat over een jongen die toegelaten wordt tot een school waar hij het beoefenen van magie leert, maar waar Harry's magie leidt tot fantastische avonturen wordt hier aangegeven wat er met echte mensen gebeurt als ze magie kunnen beoefenen. Als ze zonder aardse zorgen met bijna goddelijke vermogens kunnen leven. Als er niets is dat moet en alles kan. Namelijk dat er geen klap veranderd en dat je waarschijnlijk beter af bent als beursanalist of ambtenaar en waarschijnlijk zelfs beter bij de Lidl achter de kassa kunt zitten. Verveling en decadentie zijn je deel en magie is eerder een soort drug om deze spoken te bestrijden dan een bron van geluk. Laat het helemaal maar uit je hoofd om avonturen te beleven in magische koninkrijken; een quest is plotseling niet leuk meer als je voor je leven vecht in een kille, vieze dungeon voor een stom prul.

The magicians zit op het zeldzame raakvlak tussen fantasy en echte literatuur, waaruit Grossman driftig literaire technieken leent. De personages zijn levensecht, met een dynamiek die langzamerhand tot destructie leidt. Quentin bedoeld het allemaal goed, maar hij heeft dezelfde neiging tot imperfect gedrag als wij allemaal bezitten. Bovendien kan hij de gevolgen niet overzien van onschuldige beslissingen. De roman is gelaagd en bij een oppervlakkige lezing ontgaat heel veel je. Ik heb zelden zoveel extra informatie gekregen uit ontdekkingen van andere lezers op internet. Uit de soms hilarische hatelijke reacties van lezers, blijkt ook dat sommigen zeer teleurgesteld waren in het gebrek aan escapisme. Aan hen is deze roman niet besteed.

Neemt niet weg dat ik niet geheel tevreden ben. Met een beetje bijschaven had dit een meesterwerk kunnen wezen, maar Grossman is te haastig met zijlijnen in het verhaal. Dit kan zeker niet in een roman die leunt op zorgvuldige constructie. Ook krijg ik een klein beetje de indruk dat hij halverwege het boek aan een vervolg dacht en toen pas in die richting ging schrijven. Neemt niet weg dat je als regelmatige lezer in het fantastische genre, je geconfronteerd wordt met hoe je zelf fantasy leest. Hoewel je misschien bepaalde keuzes van de auteur niet kan waarderen is dit één van de meer belangrijke fantasy-boeken, die je eigenlijk niet meer kan missen.

donderdag 2 december 2010

Boek: The Quiet War door paul McAuley


In de meeste SF romans over grote gebeurtenissen wordt voornamelijk verhaald over de spelers die in het centrum van de gebeurtenissen zitten. Zij handelen en veranderen daarmee de loop van de geschiedenis. The Quiet War verschilt in dit opzicht. Hoewel zij wel betrokken raken bij enkele historische momenten, worden zij meer meegesleurd door de gebeurtenissen en heeft hun handelen weinig invloed. Zij proberen slechts om te overleven in een situatie waarin hun wanhoop groeit.

TQW speelt zich af in de 23ste eeuw waarin de aarde langzaam hersteld van de verwoestende klimaatverandering van de 21ste eeuw. In grote superstaten, waarin aristocratische families het voor het zeggen hebben, werken de horige massa's aan de wederopbouw van het ecosysteem. Rond de gasreuzen Jupiter en Saturnus is een geheel andere samenleving opgebouwd door kolonisten die de ineenstorting wilden ontsnappen in de ruimte. Vrijheid en openheid zijn daar de centrale waarden. Radicale democratieën van mensen die in alle vrijheid hun lichaam aanpassen vestigden zich in tientallen stadstaten.

In deze roman wordt op boeiende wijze beschreven hoe Groot-Brazilië en Europa vanaf de Aarde de handen ineenslaan om een levenswijze die zij niet begrijpen te vertrappen. Er dient alleen een rechtvaardiging gevonden te worden om de veel zwakkere kolonies binnen te vallen. Tegelijkertijd proberen anderen wanhopig om een onafwendbare oorlog te voorkomen.

Macy Minnot is een Braziliaanse bio-ingenieur die betrokken raakt ongewild bij een diplomatiek incident dat haar dwingt om haar verdere jaren in ballingschap door te brengen rond de gasreuzen. Daarbij wil zij echter niets liever dan met rust gelaten te worden. Deze wens wordt niet verhoord.

Een briljante wetenschapper Sri-Hong Owen probeert via haar politieke contacten haar wetenschappelijke kennis te vergroten. Zij wil daarbij de hulp krijgen van Avernus, een enigmatische figuur, die achter de dynamische ontwikkelingen in gen-technologie rond de gasreuzen zit. Goedschiks of kwaadschiks.

Enige andere verhaallijnen komen samen in een verhaal dat vergeleken met enorme achtergrond slechts klein en onbetekenend is, maar niet minder dodelijk voor de betrokkenen. De nadruk in het verhaal ligt meer bij de politieke intriges tussen facties en persoonlijke vetes. Hier geen ruimte-gevechten, wat een verfrissende verandering is. Ook blijft een miraculeuze overwinning achterwege. McAuley heeft historisch gevoel en begrijpt de krachten die naar noodlottige gebeurtenissen voeren, iedereen mee voerend met het getij.

Zijn stijl heeft wel enkele nadelen. Hoewel de passages die zich centreren rond de karakters vlekkeloos zijn, wort het achtergrond verhaal niet goed ingepast. Hierdoor zijn de overgangen naar beschrijving nogal bonk-bonk. Het leest opeens als een historisch handboek. Niet dat dit mij afschrikt, maar een meer geruisloze inbouw was leuk geweest.

vrijdag 12 november 2010

Boek recensie: Old kingdom trilogie van Garth Nix


Het is tragisch dat Nederlandse uitgevers het toestaan dat er een gat ontstaat tussen kinderboeken en boeken voor volwassenen. Er is rond je veertiende het moment dat je echt niet meer wil lezen over basisschoolleerlingen die allemaal spannende avonturen meemaken zoals het oplossen van de diefstal bij de bakker om de hoek. Ik kan me nog goed herinneren dat ik op een bepaald moment absoluut uit de kinderboeken was gegroeid, maar ik mentaal nog totaal niet toe was aan het echte werk. Pubers hebben niet echt de levenservaring om zich in volwassenen in te leven, terwijl het gros van de personages in literatuur van middelbare leeftijd is. Bovendien is literatuur niet echt boeiend en vaak veel te moeilijk geschreven. Het is mijn overtuiging dat de boekenlijst iedere lust tot lezen dood mept bij de gemiddelde scholier.

Noodgedwongen moest ik dus mijn toevlucht zoeken bij Tom Clancy en Agatha Christie, waarvan de eerste schrijver de meest debiele oorlogen bedacht die het Amerikaanse leger daarna verpletterend kon winnen en de tweede mij liet geloven dat Engeland alleen maar door pastoors, oudere dames en gepensioneerde kolonels bevolkt werd. Alleen de pastoor was gehuwd. Met andere woorden, formulewerk met kartonnen karakters, dat kon ik wel aan, maar ik zal de laatste zijn die zegt dat het een goede introductie in het lezen is.

De jeugdromans die zogenaamd voor het gat tussen 14 en 16 bestemd waren, waren in mijn jeugd helaas nog een stuk triester. Die gingen alleen maar over problemen als zwangerschap, drugs en mishandeling, wat een interessant beeld geeft van het vertrouwen dat Nederlanders hebben in hun pubers. Als je enige identificatie voelde met de romanfiguren, dan had je een probleem en ontspanning was niet echt gemakkelijk te krijgen bij een meisje dat zwanger raakt van haar drugsverslaafde vader met AIDS.

Young Adult romans vormen in het Engelse taalgebied een gevestigde overgangsfase voor deze moeilijke leeftijd. De nog net niet volwassenen krijgen allerlei volwassenen thematiek, maar dan toegesneden op de belevingswereld van een middelbare scholier. Enige terughoudendheid in de beschrijving van seks en geweld wordt wel in acht genomen, maar houdt kinderen onder de twaalf alsjeblieft weg. Ik heb het idee dat Thea Beckman in deze categorie hoorde. Voor volwassenen zijn deze boeken ook vaak onderhoudend genoeg als je niet tot het kleine groepje hoort dat ook op latere leeftijd nog kinderboeken leest. Nederlandse uitgevers vertalen deze werken wel, maar proberen ze als kinderboeken te slijten, of hopen een volwassen markt aan te boren.

Met de boeken van Garth Nix over The Old Kingdom is het laatste gebeurt, waarschijnlijk om te cashen op de populariteit van fantasy. Omdat ik altijd in het Engels lees, verschoon ik mij van commentaar hierop. Ik moet ook even melden dat de eerste druk geweldige cover-art had.

De trilogie (Sabriel, Lirael, Abhorsen) heeft de klassieke overwinning, cliffhanger, slot structuur zodat lezers nog een afgerond verhaal hebben als de uitgever er bij slechte verkoop van deel 1 de stekker uittrekt. Het speelt zich voornamelijk af in the Old Kingdom, een magisch rijk waar techniek niet werkt. Ten zuiden hiervan bevindt zich Engeland, ughe, ughe, Ancelstierre, dat een grote bewaakte muur bij de grens heeft staan. In Old Kingdom hebben de doden namelijk de nare gewoonte om niet dood te blijven en dergelijke lui wil je niet als asielzoeker hebben.

Als men in Ancelstierre al last heeft van ondoden, kan je raden hoe het in het koninkrijk zelf is. Aan het begin van de trilogie is het koninkrijk al eeuwen zonder koning en overal waren ondode monsters en necromagiërs, mijn nieuwe vertaling voor necromancers, vrij rond. Sabriel is na de dood van haar vader de laatste Abhorsen, de bestrijder van alles dat ondood is. Ze doet de zeven belletjes, waarmee de doden gecontroleerd worden, om in een hopeloze strijd tegen de necromagiër Kerrigor. In de romans erop verplaatst het perspectief naar een ander jonge vrouw, Lirael, maar ik kan niet verder zonder zware spoilers over deel 1. Vergeef mij.

Door het bedoelde lezerspubliek, is het verhaal naar fantasy-maatstaven beknopt. Dat is niet erg als het om de intrige en het aantal karakters gaat. Het is soms weleens prettig om niet doodgegooid te worden met honderden karakters. Wat ik wel jammer vind is dat het Oude Koninkrijk zelf nauwelijks aan bod komt in de verhalen. De hoofdfiguren zwerven er door rond, maar hebben nauwelijks interactie met andere mensen. Sterker nog, in Ancelstierre vinden de meest dramatische momenten plaats. Maar ik ben niet de auteur en het doet ook geen afbreuk aan het leesgenot.

Pluspunten waren de karakters, die wel sympathiek maar niet te perfect waren. Ik vind het altijd jammer dat jeugdboeken vaak bevolkt worden prekerige karakters of Mary Sues, dus dit is hier gelukkig niet het geval. Het verhaal is erg donker maar niet te somber, het blijft een spannend avontuur. Persoonlijk vond ik het jammer dat er aan het eind wat in de richting van een te goede afloop gestuurd werd, maar gelukkig is Nix niet de persoon van ellenlange epilogen.

Voor diegenen die een licht verteerbaar, maar toch duister boek willen of een boek zoeken voor een puber die alles te kinderachtig vind is deze serie een aanrader.

zaterdag 25 september 2010

Richard Paul Russo - Carlucci


Dat ik bijna al het werk van Richard Paul Russo (niet verwarren met Richard Russo, literator) gelezen heb, is geen indrukwekkende mededeling. Russo heeft namelijk in twintig jaar tijd maar vijf romans geschreven. Zijn horror-SF Ship of fools maakte op mij vooral indruk vanwege goede karakterisering, een bittere stijl en vooral een donkere sfeer. Dat het verhaal niet al te origineel was, was voor mij door deze sterke kanten bijzaak.

Carlucci is een omnibus-uitgave van zijn eerste drie romans (Destroying Angel, Carlucci's edge, Carlucci's heart) die min of meer op elkaar aansluiten. Deze SF-thrillers spelen zich af in een toekomstig San Francisco, waar corruptie, vervuiling n verarming zich overal manifesteren. De politie heeft slechts bepaalde delen van de stad onder controle, terwijl er zones zijn waar niemand jurisdictie heeft, behalve de vele bendes. In deze niet al te geweldige omstandigheden probeert de doorgewinterde rechercheur Carlucci om criminelen in de kraag te vatten. Hij raakt echter vaak in de problemen bij hogere machten, die minder problemen met het overtreden van de wet hebben. De plots zijn leuk en bevatten wel wat onverwachte wendingen, maar ik vond ze soms wat voorspelbaar. Russo vertrouwt gelukkig veel op psychologische spanning en niet op het gedetailleerd beschrijven van gruwelen.

Het sterke punt van de boeken is de rijke achtergrond waarvan je maar een klein gedeelte van te zien krijgt. De glimpjes maken je echter nieuwsgierig naar meer, naar een verklaring waarom mensen hun lippen aan elkaar laten lassen en via pijpjes gaan eten en ademen, wat New Hong Kong nou eigenlijk is. De vele vragen die nooit beantwoord worden, zullen voor sommigen een afknapper zijn, maar ik werd geprikkeld in mijn nieuwsgierigheid. Ze komen echter niet voort uit een gebrek aan wereldbouwen. Alle elementen die verdere verklaring behoeven worden adequaat ingevuld door Russo.

Iets waar sommigen mensen eerder problemen mee zullen hebben is de de drukkende sfeer, een depressiviteit die door de achtergrond verder versterkt wordt. In de boeken gebeuren nare dingen met hoofdpersonen en de goede afloop is zeer betrekkelijk. Als je in een sombere bui bent, kun je beter wat anders lezen. Maar ik ben tevreden over mijn bezoek aan een toekomstige onderbuik.

vrijdag 10 september 2010

The Armageddon Rag


George R.R. Martin is voor velen een bekende naam vanwege zijn langlopende fantasy-serie A song of ice and fire. Aangezien we inmiddels al vele jaren wachten op deel vijf, ga ik ervan uit dat George R.R. Martin waarschijnlijk overleden is voordat het hele werk afkomt.

Tijd dus om te gaan kijken naar het werk van hem dat al af is. Nou heeft hij maar drie romans in zijn hele carrière geschreven, dus dat houdt ook snel op. Naast een paar gekoppelde korte verhalen heeft GRRM vooral losse verhalen geschreven, die overigens zeer goed zijn. Dat is het nadeel van Martin, hij schrijft bijna niets, maar wat hij schrijft is briljant. Dat is de reden dat iedereen die al vele jaren met blauwe ballen rondloopt, wat voor veel vrouwen een nieuwe ervaring moet zijn, deel 5 ondanks alle machteloze woede gewoon gaat kopen.

The Armageddon Rag dateert uit de jaren '80. De periode dat horror nog een genre was dat in elke boekwinkel ruim aanwezig was. Martin had net de roman Fevre dreams achter de rug, die door velen als zijn beste werk wordt beschouwd. TAR moest zijn grote doorbraak worden en de critici waren laaiend. Het boek bleef in de winkels liggen...

Dit boek is dus een goede kans om te testen of het kopende publiek echt geen smaak heeft. Grappig genoeg heeft de oerlelijke heruitgave, die ik nu in mijn bezit heb, ook weinig financiële indruk gemaakt. Ik moet ook toegeven dat ik het met een dergelijke cover, maar zonder de naam van Martin, niet had aangeraakt. Maar nu terug naar de inhoud.

TAR is het verhaal van de flower-power generatie en een donkere nostalgische roman. Martin is zelf in deze periode opgegroeid en hij keek er in de jaren '80 duidelijk met minder nostalgie op terug dan zijn generatie-genoten. De schrijver en voormalige pop-journalist Sandy Blair krijgt van zijn voormalige werkgever werk aangeboden. De vroegere manager van de geklapte rockband The Nazgûl is met een uitgerukt hart in zijn huis aangetroffen. Blair, die met een blokkade kampt, besluit de opdracht aan te nemen, vooral omdat hij steeds meer zin heeft om zijn middelvinger naar zijn verantwoordelijkheden uit te steken en terug te gaan naar zijn idealen van de flower power.

Zijn tocht voert hem langs de voormalige Nazgûl en andere oude vrienden en hij raakt steeds meer gedesillusioneerd door hun huidige situatie. Ook hoort hij van de geheimzinnige mysticus en voormalige radicale terrorist Eden Morse, die de Nazgûl opnieuw bij elkaar wil brengen. Nachtmerries en visioenen vertellen Sandy de ware reden achter deze reünie. Het laatste album van de band was namelijk een concept-album met apocalyptische thematiek. En Sandy vreest dat dit album profetische waarde heeft.

TAR is een voorbeeld van solide horror, die niet steunt op bloed, darmen en ingewanden, maar op een gevoel van onbehagen dat steeds groter wordt. De karakters zijn realistisch en zeker niet zwart-wit. Sandy is geen persoon die veel sympathie oproept in zijn vaak kinderachtige gedrag. Maar hij bedoelt het uiteindelijk goed, al weet hij steeds minder zeker wat goed is. Het boek is solide geschreven, wars van mooischrijverij, maar toch heel mooi.

De achtergrond van de jaren '60 wordt geschreven als een nostalgische reis die langzamerhand in een nachtmerrie veranderd. Maar de dromen van de bloemenkinderen komen tot leven en ook als je tot de generatie hoort die doodziek wordt van al die arrogante babyboomers, biedt het de mogelijkheid om hen te begrijpen en om hen tegelijk te bekritiseren.

De blauwe ballen zijn weer even verdwenen. En iedereen die in de jaren '80 dit boek liet liggen, moet zich diep schamen.

dinsdag 31 augustus 2010

Europe's tragedy


De Dertigjarige Oorlog is één van de belangrijkste conflicten uit de Europese geschiedenis. Deze oorlog betekende dat Duitsland nog twee eeuwen moest wachten op hereniging en aan Frankrijk, Engeland en Rusland de positie van grote Europese macht moest overlaten. Ook betekende dit conflict het begin van de scheiding van Oostenrijk van de rest van Duitsland. Als laatste is het ook naar verhouding de meest bloedige oorlog uit de Europese geschiedenis. Een vijfde van de Duitse bevolking kwam om en hele streken werden ontvolkt door plunderingen, moorden, honger en ziekte. Zelfs Rusland in de Tweede Wereldoorlog leed nog niet dergelijke verliezen.

Ook andere landen, zoals Frankrijk, Spanje en Nederland raakten hier gedeeltelijk bij betrokken en de oorlog had invloed op hun eigen onderlinge conflicten. Zweden en Denemarken gingen zelfs volwaardig deelnemen, in het geval van Zweden betekende dit het begin van hun korte periode als grote macht.

Ik had dan ook een grote belangstelling voor deze oorlog, waarvan het echter vrijwel onmogelijk was om er op vat op te krijgen. Omdat Duitsland in deze periode uit vele onafhankelijke staten en staatjes onder de Habsburgse keizer stond was het al behoorlijk ingewikkeld. Verder was het niet één lange oorlog met twee partij, maar een complex van van verschillende oorlogen, terwijl de meeste Duitse landen alle kanten opgewaaid werden. Het is dan ook niet een oorlog die zich leent voor een snelle schets van een paar pagina's. Zelfs langere behandelingen hebben te lijden onder de steeds maar veranderende situatie en lichten meestal slechts een deel van het verhaal eruit.

Daarom ben ik blij met Peter H. Wilson's geslaagde poging om de hele oorlog, in al zijn facetten, in één boek te krijgen. Ja, het is een dikke pil, maar uiteindelijk is het heel beknopt. Vaak wil je meer over bepaalde onderwerpen weten, maar echte gaten vallen niet in het verhaal te ontdekken. Behalve de oorlog zelf, worden ook de interveniërende landen behandeld, hoewel minder uitgebreid. Ik heb diep ontzag voor de enorme achtergrond die Wilson opgezogen heeft.

Leesbaarheid is natuurlijk ook belangrijk en ook daarin in Wilson geslaagd. De enorme berg informatie wordt helder uitgelegd en ook de hoofdstukindeling is logisch, wat over het algemeen de zwaarste klus is bij het beschrijven van dergelijke grote onderwerpen. Enige voorkennis kan helpen bij het verteren van alle informatie, hoewel ik denk dat de door het boek geleverde feiten voldoende samenhang bieden.

Nadelen zijn er ook. De annotatie bevat fouten in de namen van schrijvers en hoewel er al veel kaarten in staan, zijn deze voornamelijk van veldslagen. Een paar kaarten van buiten Europa en een meer gedetailleerde kaart van Duitsland was gewenst geweest. De uitgever heeft ook een paar steken laten vallen bij de promotie. Hoewel Wilson de Dertigjarige Oorlog juist als een hoofdzakelijk Duitse oorlog ziet, probeert Penguin in de titel en achterflap dit te negeren en de oude Europese benadering aan te houden. Jammer, want Wilson toont zijn gelijk overtuigend aan in dit boek.

Hoewel dit boek voor sommigen misschien te veel detail is, is dit het boek dat zowel historicus als leek moet lezen voor inzicht in deze fascinerende oorlog.

woensdag 11 augustus 2010

Ik lees niet alleen goede boeken.


Ik kan Richard Laymon met één eigen citaat afmaken. Maar dan heb ik de climax van mijn aanklacht al weggegeven. En ik moet mijn goede smaak verdedigen:

Miskopen komen bij mij zelden voor, meestal volstaat een bestudering van cover (always judge a book by its cover), plotbeschrijving, citaten van critici en een paar testregels al. Dus toen ik in de uitverkoop een dubbele roman (Funland, The Stake) van de mij onbekende Laymon zag liggen, wees alles op een redelijke horror-schrijver. Stijlvolle cover en de plots op de achterkant intrigeerden mij. Vooral het plot van The stake klonk mij als een goed idee, namelijk over iemand die een lijk met een staak in het hart vind en geobsedeerd wordt door de vraag wat er gebeurt als hij het eruit haalt. Ik hou van psychologische horror. Het was deel van een verzameld werk van hem, dus weer een aanwijzing dat ik met kwaliteit te maken had. En de vele roemende citaten op de achterkant...

Nou was ik al tijden van plan om meer horror te lezen, maar het is moeilijk om naast Stephen King nog veel anders te vinden. Ook is er veel troep in het genre, waardoor ik lange tijd huiverig was om me aan onbekende schrijvers te wagen. Maar eens moest ik een risico nemen en dit zag er veelbelovend uit.

Een hele tijd later las ik op internet iets over wat volgens iemand het slechtste boek ooit was. Blijkbaar ging het over een vrouw die na een aardbeving naakt in bad vast zit, terwijl een potentiële verkrachter/moordenaar haar wil "bevrijden". Ja dit stond op de blurb. Verder meer subplots met belaagde vrouwen en borsten die uit bloesjes kwamen.

De schrijver was Richard Laymon....

De rillingen liepen mij over mijn rug, omdat een dergelijk boek waardeloze troep is en ik het hele oeuvre van een schrijver op iets dergelijks afschrijf. Maar enig onderzoek wees erop dat Funland zijn beste boek was volgens velen, dus misschien had ik een uitschieter te pakken. En aangezien helemaal niet lezen weggegooid geld is, moest ik er toch maar een keer aan geloven.

Het probleem met Laymon is dat hij niet eens zo slecht leek te schrijven. Maar langzaamaan begon ik me aan bepaalde dingen te storen, tot ik rond pagina 150 zo gefrustreerd werd dat ik het opgaf.

Funland is een jaren '80 horror-film in boekvorm, ik gaf alle vrouwelijke figuren een opblaaskapsel zo '80 was het. En het vertoonde alle cliches van matige horror-films: good girls, bad girls, nerds, jocks, new kid in town. Dit was al erg, maar het werd nog erger.

Als je een foto van Laymon opzoekt op internet, lijkt hij verdacht veel op die vieze mannetjes die uit porno-winkels lopen. Ik kan je verzekeren dat hij van binnen net zo vies is als hij eruit ziet. Elke vrouw wordt als stuk vlees beoordeeld door mannen. Het plot hangt aan elkaar van mannen die alles doen om maar een glimp van borsten en billen op te vangen.

Maar het helpt misschien als ik de scène uit de doeken ga doen waarop ik het opgaf.

De Nieuwe Jongen in de Stad en de Stoere Bink zien een stel punkers (twee stelletjes) lopen naar het Funhouse (een freakshow, bron van sinister kwaad. gaap, gaap) om te gaan kijken. Ondanks hun (terechte) aversie tegen de eigenaar van het Funhouse, besluiten ze ook naar binnen te gaan. Reden: misschien kunnen ze één van de dames onder de rokjes kijken.

Zei ik het niet, alle mannen lopen hun piemel achterna in het boek.

Natuurlijk besluit Stoere Bink dat het een goed idee om de jongens te gaan uitdagen. Waarom? Ik weet het niet, maar misschien helpt het om in de rokjes van de meisjes te komen in het Laymonversum?

Volgens Laymon zijn alle punkers per definitie psychopaten en niet die aardige punkertjes die ik altijd tegenkom. Dus de vechtpartij als de jongens buiten komen wordt absurdistisch gewelddadig. De punk-jongens trekken hun messen en gaan op Stoere Bink af. De Nieuwe Jongen wil zijn vriend helpen maar wordt onderschept door de punk-meisjes.

En nu volgt het citaat dat ik nooit meer vergeet, om de verkeerde reden:

... Jingles pranced after him. She stopped his roll when Jeremy was on his back - by ramming her boot down on his belly.

For an instant, as the foot descended, he realized he had a wonderful view right up the front of her chopped off T-shirt. He saw the round undersides of her breasts, even the bottom parts of het nipples. Just the sort of view he was hoping for.

Great, he thought.

Then his body seemed to explode with pain and his breath blasted out.

Kreun, dacht Marcel.

En toen leken mijn hersenen te exploderen van de pijn en een haat voor Laymon.

Natuurlijk komen twee agenten aangesneld, waaronder de lekkere vrouwelijke agent met haar geweldige benen. Zij arresteert mannelijke punk 1, die het afgesneden oor van Stoere Bink al was begonnen op te eten. (Als je moet lachen om momenten dat je jakkes hoort te denken, heb je als horror-schrijver al verloren) Punker 2 steekt een willekeurige omstander in de buik en ontsnapt met mannelijke agent op de hielen. Vrouwelijke agent besluit diegene hulp te geven die in het ergste gevaar verkeert. Als je kunt kiezen tussen een steekwond in de buik en een afgesneden oor, dan heeft dat oor natuurlijk voorrang.

Daarna worden de vrouwelijke punkers nog even gevolgd, omdat die schuilen in de struiken omdat één van hen tijdens het gevecht met Nieuwe Knul haar shirt heeft verloren. En nu zit ze 3 pagina's te bitchen omdat iedereen haar tieten kan zien. Oh ja, aan het eind van de scène worden ze gepakt door iets. Ik hoop dat het pijn deed.

Ik had geen zin om hierna nog tijd te verspillen met The Stake.

Nu vraag ik me eigenlijk alleen af wie al die trieste mensen zijn die werkelijk van Laymon houden.





zondag 8 augustus 2010

Huurlingen in Space!!!


Er zijn weinig schrijvers die het wagen om zowel literatuur als genre-romans te schrijven. Ik ben er van overtuigd dat sommige genre-schrijvers echte literatoren naar de kroon kunnen steken, maar ik moet toegeven dat het literaire zelfmoord is. Niemand in de literaire wereld neemt je serieus na de publicatie van je 'inferieure werk. Tenzij je pulp van tevoren als literatuur laat presenteren, want dan ben je controversieel auteur. Chuck Palahniuk spint daar garen bij.

De Schot Iain Banks is hierop een uitzondering. Naast zijn gewone romans brengt hij onder het nutteloze pseudoniem Iain M. Banks zijn science-fiction uit. En het is nog space opera ook, het meest vermaledijde onderdeel van de SF, met schietende ruimteschepen en hordes aliens. Banks was de pionier van de New Space Opera, een golf van nieuwe auteurs die weg wilde van het Star Wars imago. In zijn Culture-serie beschrijft hij een interstellaire beschaving waar economische schaarste is opgelost en de inwoners nauw met AI's samenwerken. Sterk punt is de immense rijkdom van de achtergrond. Het lijkt wel of Banks meer tijd voor sommige details nodig had dan voor het eigenlijke verhaal.

Consider Phlebas is in het hart een cynische oorlogsroman, waarin een miniscuul deel van een immense ruimteoorlog wordt beschreven. Het conflict vind plaats tussen de Idirans en de anarcho-socialistische Culture. De sympathie van de lezer ligt natuurlijk aan de kant van de vrijheidslievende Culture, maar de hoofdrolspeler van de roman vecht aan de kant van de Idirans, die religieuze fanatici zijn. Dit geeft een leuke dynamiek aan het verhaal. De huurling Horza, die van uiterlijk kan veranderen, krijgt van een Idiran generaal de opdracht een mind (AI) van een Planeet der Doden te halen. Deze planeten, waar de oorspronkelijke beschaving zichzelf heeft uitgeroeid, worden door een hogere levensvorm als monumenten voor idiotie bewaard en vrijwel niemand wordt daar toegelaten.

Horza heeft een kans om er via contacten binnen komen, maar het ruimteschip waar hij op zit wordt door de Culture aangevallen. De ontsnapte Horza wordt door een groep huurlingen opgepikt. Deze worden geleid door Kraiklyn, het soort leider dat zich altijd op het best-case scenario voorbereid, om vervolgens te gaan kloten als er iets mis gaat. Horza moet op de één of andere manier de macht aan boord grijpen en zijn opdracht voor de Idirans vervullen. Maar doodgaan is veel gemakkelijker...

Consider Phlebas is een melancholisch werk, ondanks dat het een avonturenroman lijkt uit de beschrijving. De vele mislukkingen die nauwelijks overwonnen worden en de nagelbijtende momenten dat iedereen maar wat aan rotzooit in de strijd om te overleven maken het eerder grimmig dan opwindend. Misschien is het jammer dat de beschreven actie tegen het geheel van de interstellaire oorlog niets voorstelde, maar wees eerlijk, één enkele eenheid tijdens de tweede wereldoorlog was ook niet van cruciaal belang.

Aangezien Consider Phlebas meestal niet als zijn beste wordt beschouwd, maar ik het boek geweldig vond, denk ik dat ik maar snel de rest van zijn werk ga opzoeken.

zaterdag 5 juni 2010

Recensie: Axis of Time John Birmingham




Na enige leeservaring opgedaan te hebben, kan ik een aantal aannames maken. Luchthaven-romans (Tom Clacy, Dan Brown, Ludlum, Clive Cussler) zijn slecht. Alternative history-romans zijn slecht. Australische uitgevers moeten misschien wat kritischer zijn op schrijvers van eigen bodem.

John Birmingham is een Australiër die luchthaven-romans kruist met alternatieve geschiedenis. Mijn excuus is dat ik het eerste deel van zijn Axis of Time-trilogie, Weapon of choice, in de ramsj kocht. Voor de rest van de delen (Designated Targets, Final Impact) had ik een betere reden: het eerste deel was zeker geen literatuur, maar las lekker weg en had tenminste een degelijk verhaal, in tegenstelling tot de bordkartonnen karakters en de bizarre logica die ik meestal tegenkom in dergelijke romans.

Nou zullen mensen hard gaan lachen als ze horen dat dit verhaal gaat over een moderne oorlogsvloot die door een ruimte-tijdgat in de oorlog in Pacific terecht komt. Iedereen kent namelijk de film The Final Countdown en sommigen misschien ook de manga Zipang waarin precies hetzelfde gebeurt. Het mag duidelijk zijn dat het eerste deel goedkoop was.

Wat deze serie voor mij redde was een goed begrip voor de gevolgen van een dergelijke oversteek. In onze verwachting zouden de hedendaagse moordmachines korte metten maken met propeller-vliegtuigjes en ander WOII-wapens. Maar wij vechten met extreem dure, geavanceerde wapensystemen met slechts een handjevol projectielen. Er was in 1942 natuurlijk geen mogelijkheid om die te onderhouden of bevoorraden. Dus alleen wapens die in de jaren veertig gebouwd kunnen worden, maken hun opwachting.

Een bijkomend probleem is dat ook Japan, Duitsland en de Sovjet-Unie toekomstige technologie in handen krijgen. En de voorkennis over hoe hun ideologieën de tand des tijds niet doorstonden. Dus Duitsland en Japan slaan de handen ineen om de geschiedenis te veranderen. Ondertussen zit Stalin ook niet stil.

Tijdreizen blijkt al gauw tot sociale spanningen te leiden. Tijdens de tweede wereldoorlog mochten zwarte of Aziatische Amerikanen niet eens op foto's in de krant staan omdat ze anders hun plaats niet meer zouden kennen. En dit soort mensen moet verwerken dat de soldaten uit de toekomst van alle rassen, seksen en, oh nee, homo kunnen zijn. Dus hoewel de geallieerden blij zijn met de technische kennis die ze krijgen, heel wat van hen zijn ronduit haatdragend tegenover de mensen die die technologie brengen.

Het is geen perfecte serie: Birmingham's 21ste eeuw is er één van een inmiddels lachwekkend aandoende War on Terror en wekt bij mij een Islamofobische indruk. Het speelt gelukkig geen enorme rol in het verhaal en misschien is het zelfs een mislukte poging tot ironie, maar moslim-karikaturen zijn er al genoeg. Sommige van zijn easter eggs zijn te hoog gegrepen. Prins Harry van Engeland als belangrijke hoofdfiguur kon ik alleen maar verwerken door zijn identiteit te negeren.

Dus ondanks dat de Axis of time misschien niet de beste oorsprong heeft, is het goede strand-lectuur voor diegenen die niet altijd het beste boek hoeven te lezen.

dinsdag 18 mei 2010

Boekrecensie


Jim Courtenay Grimwood heeft een bad-ass naam. Dat wil ik als eerste kwijt. Deze Britse schrijver heeft in de loop van zijn carrière een behoorlijke ontwikkeling ondergaan. Hij is begonnen met cyberpunk-romans, waarvan ik de achterkant niet eens kon begrijpen vanwege alle coole nieuwe woorden die hij bedacht had.

Gelukkig is Grimwood al snel een andere kant uitgegaan en na een trilogie in een alternatief Ottomaans Rijk in de 21ste eeuw, heeft hij de speculatieve aspecten in zijn boeken drastisch teruggebracht. Zijn laatste boeken zijn meer literaire thrillers met wat speculatieve elementen.

End of the world blues is zelfs nog normaler, omdat de lezer zelf mag beslissen of de verhaallijn in de verre toekomst echt plaatsvindt. Lekker post-modernistisch dus.

Kit Nouveau is het soort persoon dat het wel goed bedoelt, maar uiteindelijk altijd de verkeerde beslissing neemt. Hij runt in Tokyo een bar met zijn vrouw, een beroemde Japanse pottenbakster die alleen de desolate instelling met haar man gemeen heeft. Als hij thuiskomt van zijn minnares, wordt hij bijna door een dakloze man berooft, maar gered door een tiener in cos-play.

Dit meisje, dat zichzelf Lady Neku noemt, kent hij alleen maar omdat hij haar ooit koffie heeft gegeven. Maar zij blijkt vakkundig zijn belager uit de weg te ruimen om vervolgens te verdwijnen in een ruimte-tijdgat.

Kort daarop ontploft Kits bar met echtgenote, die dat volgens de Japanse wet niet blijkt te zijn. Na al deze sores komt ook nog een de moeder van een oude vlam hem zoeken, omdat deze bewuste vlam verdwenen is. En het lukt me niet om de enorme berg verwikkelingen fatsoenlijk samen te vatten.

End of the world blues is het soort boek waar alles in een wok gesmeten wordt, terwijl de ingrediënten niet bij elkaar blijken te horen. Hoewel Grimwood het uiteindelijk allemaal tot een bevredigend einde weet te brengen, blijft het gevoel bij mij hangen dat ik drie boeken tegelijk heb gelezen, waarvan één totaal niets met de rest te maken had. Aan de andere kant werkt het ergens wel, want Grimwood is een goed verteller. Ik vond het voor de verandering fijn om na alle coole Japan-idolaterie, ook een keer de schaduwzijde van het land te zien.

Maar hoewel de som meer is dan de delen, de delen op zich zijn mager, waardoor niet iedereen er net zo van kan genieten als ik. Er is dus een kans dat je teleurgesteld wordt.

dinsdag 11 mei 2010

Boek-recensie


Ian R. MacLeod heeft nog niet veel romans geschreven. Uiteindelijk is hij meer een korte verhalen-man waarin hij zijn vermogen om mooi te schrijven uitstalt. The Light Ages is de eerste roman die ik van hem gelezen heb.

De wereld waarin The Light Ages zich afspeelt, is een alternatief Engeland waarin de techniek zich niet op de normale wijze ontwikkeld heeft. De stof aether heeft aan de mensheid de mogelijkheid gegeven om allerlei machines en voorwerpen magisch te versterken. Een onmogelijk wankele brug kan met gebruik van aether gewoon gebouwd worden. Omdat techniek niet tegen magisch versterkte voorwerpen kon concurreren, is de tijd in een eeuwige negentiende eeuw blijven hangen. De gilden hebben in dit Engeland lang geleden de macht gegrepen en sociale status wordt bepaald door lidmaatschap in bepaalde gildes.

Robert Barrows is opgegroeid in het provinciestadje Bricebridge, dat zijn inkomen uit de winning van aether haalt. Als jongetje wordt hij door zijn moeder een keer meegenomen naar een verlaten villa, waar een door aether gemuteerde vrouw voor een meisje van Roberts leeftijd, Annelise, zorgt. In het jaar daarna begint Roberts moeder zelf ook tekenen van aether-ziekte te vertonen en verandert langzamerhand in een monster. De kleine Robert heeft het gevoel dat deze en andere gebeurtenissen met elkaar te maken hebben, maar hij probeert aan de vragen te ontsnappen door als verstekeling naar Londen te gaan.

Als hij daar Annelise weer tegen het lijf loopt, komen de herinneringen weer boven en probeert het raadsel op te lossen. Maar het is maar de vraag of hij beter wordt van de antwoorden.

The light ages is als je alleen naar het verhaal kijkt een simpele avonturenroman. Het is de literaire stijl die het boek zijn speciale karakter geeft. MacLeod schrijft in een rijk proza dat zelfs het saaiste plot op laat leven, maar nergens in mooischrijverij verzand. Het is daardoor echter niet voor iedereen. Daarbovenop komen de goed uitgewerkte karakters, die allemaal een tragische persoonlijkheid krijgen naarmate het verhaal vordert. Alleen de afwikkeling is, hoewel nog behoorlijk triest, nog wat onrealistisch bijgesuikerd. Ja, het had nog wat somberder gemogen wat mij betreft.

Het boek is door zijn bloemrijke stijl en zijn somberheid niet voor iedereen. Maar als je daar tegen kan, kan ik The light ages van harte aanraden.